Heilig Hart standbeeld
Sinds 1926 in Londerzeel
Het jaar 1926 markeerde een mijlpaal voor onze parochie toen de inwoners van Londerzeel massaal samenkwamen voor de plechtige wijding van het Heilig Hartstandbeeld in het centrum. Dit iconische monument werd opgericht als een krachtig teken van toewijding en herinnert ons sindsdien dagelijks aan de diepgewortelde tradities in het hart van ons dorp. Het standbeeld vormt nog steeds een markant rustpunt dat de brug slaat tussen ons waardevolle verleden en de levendige geloofsgemeenschap van vandaag.
Van in de 13e eeuw is er al sprake van devotie tot het Heilig Hart. Vanaf het begin van de 20ste eeuw werd de Heilig Hartverering nieuw leven ingeblazen. In die periode werden verschillende kerken gebouwd gewijd aan het Heilig Hart, en er werden veel Hartbeelden geplaatst in en rond de kerken. Zo ook te Londerzeel Sint-Kristoffel in het jaar 1926.
Wat voorafging
Zitting van de Kerkraad op 4 oktober 1925.
“De zitting wordt gehouden in de pastorij na de goddelijke diensten. Al de leden zijn er tegenwoordig. De voorzitter opent de zitting.
De E.H. Deken deelt aan de leden mede dat men van zin is een standbeeld van ’t H. Hart op te richten, links van den voorgevel van de Kerk. Het noodige geld is er reeds voor rondgehaald, circa 25.000fr. en daarbij is er nog 5000 franken van een vaandel ter eere van ’t H. Hart. De kas der kerkfabriek zal er niet moeten tusschen komen.De raad geeft diensvolgens zijne goedkeuring voor zooveel het noodig ware.
Nogmaals op voorstel van mijnheer den Deken zal men in den loop van toekomende jaar twee kazuivels van ieder kleur voor den dienst der kerk aankoopen. De raad verzoekt mrden Deken er zich willen met te gelasten.
De zitting wordt geheven na lezing en na goedkeuring van dit proces-verbaal.”
Zitting van de Kerkraad op de eerste zondag van april 1926.
“Zitting in de pastorij na de goddelijke diensten, waren tegenwoordig: De heer voorzitter J. Van Assche die de zitting opent, De Keersmaecker schatbewaarder, Caluwaers schrijver en Goltfus lid, J. Van Loven des.
Gezien art. 9 en 11 van het dekreet van 1809 wordt er overgegaan tot benoeming van voorzitter en secretaris van den raad voor één jaar J. Van Assche en Aug. Caluwaers worden met algemeen stemmen als dusdanig behouden.
Naar aanleiding van dekreet als hierboven wordt Ch. De Keersmaecker, lid van het bureel hernoemd voor eenen termijn van drij jaren, eindigende op 1 zondag van april 1929. Ook volgende hetzelfde dekreet worden ook bij geheime stemming opvolgend voorzitter, secretaris en schatbewaarder van het bureel genoemd J. Van Assche, Aug. Caluwaers en Ch. De Keersmaecker.
De rekening voor het jaar 1925 wordt voorgelegd en goedgekeurd met algemeen stemmen op een inkomen van 10.304,44 fr. en eene uitgaaf van 10.204,17 fr zijnde overschot van 100,27 fr. Toelating was er gegeven aan den huurder Liv. Van Doorslaer om een stuk land te draineeren, de huurder stelt dat na 25 jaar dit werk te niet is, 1612 fr. gaf hij er voor uit, hij stelt nu voor dat voor de jaren dat hij desvallend later de huurder niet meer zou zijn er jaarlijks 1612/25 aan hem teruggegeven zou worden als schadevergoeding voor de verbeterings uitgaaf door hem gedaan t.t.z. voor de overige van de 25 jaren dat hij de huurder niet zou zijn, met algemeenheid wordt dit voorstel aangenomen en er zijn eene geldige overeenkomst van het tegenwoordige door beide partijen opgemaakt worden.
Het luiden der klokken: met reden wordt er naar verbetering van het luiden der klokken gevraagd zoo voor de goddelijke dienst, zeker voor de lijkdiensten, de oplossing zou zijn de electriciteit gebruiken, de voorzitter stelt voor op inlichtingen uit te gaan in de buurt bijv. te Merchtem en elders, en gezien in de parochie hulp zou zijn te vinden bij C. Van Riet is deze aangewezen om naar de mogelijkheid uit te zien; kon er iemand van de plaats zelf de uitvoering van het werk op zich nemen zooveel te beter om altijd voor desvallende breuken, aanstonds hulp bij de hand te hebben, de beraming der kosten zijn moeilijk, toch zou men beneden de tien duizend frank geholpen zijn.
De raad regelt ook de plaatsing van het beeld van het H. Hart aan de grillie van de kerk en geeft aan den voorzitter en heeren van het bureel de zoo noodige toelating om den raad te vertegenwoordigen.
De raad ziet ook den toestand van de gebouwen der pastorij na en gelast buiten de gedane aanwijzigingen den dienstdoenden onderpastoor het noodige te doen om de pastorij in orde te hebben voor de komst van den nieuwen Pastoor-Deken.”
Het witmarmeren beeld werd gerealiseerd door Pieter Jan Desiré Praille en opgericht in 1926 en staat op een blauwe hardstenen sokkel. Aan de voet, omboord door, eveneens in blauwe hardsteen, bevindt zich een tuitje, waarin oorspronkelijk bloemen werden geplant.
Het beeld stelt een verrezen Christus voor. Dit blijkt uit de wonden in beide handen. De armen zijn zijdelings gespreid, wat het zegeningsgebaar symboliseert. Opmerkelijk is dat de rechter hand met de handpalm naar beneden en de linker met de handpalm naar boven wordt afgebeeld. Op de borst, gedeeltelijk verstopt onder het gedrapeerde kleed, wordt het typische, bloedende heilig hart afgebeeld. Het wordt, zoals bepaald door de officiële richtlijnen van de Congregatie van de Riten in 1877, 1878 en 1891, in reliëf weergegeven, op ware grote en in het midden van de borst van Jezus .
Net als de handen dragen de voeten sporen van de kruisiging. De tekst, eveneens aan de voorzijde van de sokkel, in verheven letters, luidt: ‘komt allen tot mij’. Bovenaan de sokkel, en enkel aan de voorzijde ervan, werd een sobere versiering uitgekapt.
De zitting wordt geheven na lezing en na goedkeuring van dit proces-verbaal.”
Zitting van de Kerkraad op de eerste zondag van april 1926.
“Zitting in de pastorij na de goddelijke diensten, waren tegenwoordig: De heer voorzitter J. Van Assche die de zitting opent, De Keersmaecker schatbewaarder, Caluwaers schrijver en Goltfus lid, J. Van Loven des.
Gezien art. 9 en 11 van het dekreet van 1809 wordt er overgegaan tot benoeming van voorzitter en secretaris van den raad voor één jaar J. Van Assche en Aug. Caluwaers worden met algemeen stemmen als dusdanig behouden.
Naar aanleiding van dekreet als hierboven wordt Ch. De Keersmaecker, lid van het bureel hernoemd voor eenen termijn van drij jaren, eindigende op 1 zondag van april 1929. Ook volgende hetzelfde dekreet worden ook bij geheime stemming opvolgend voorzitter, secretaris en schatbewaarder van het bureel genoemd J. Van Assche, Aug. Caluwaers en Ch. De Keersmaecker.
De rekening voor het jaar 1925 wordt voorgelegd en goedgekeurd met algemeen stemmen op een inkomen van 10.304,44 fr. en eene uitgaaf van 10.204,17 fr zijnde overschot van 100,27 fr. Toelating was er gegeven aan den huurder Liv. Van Doorslaer om een stuk land te draineeren, de huurder stelt dat na 25 jaar dit werk te niet is, 1612 fr. gaf hij er voor uit, hij stelt nu voor dat voor de jaren dat hij desvallend later de huurder niet meer zou zijn er jaarlijks 1612/25 aan hem teruggegeven zou worden als schadevergoeding voor de verbeterings uitgaaf door hem gedaan t.t.z. voor de overige van de 25 jaren dat hij de huurder niet zou zijn, met algemeenheid wordt dit voorstel aangenomen en er zijn eene geldige overeenkomst van het tegenwoordige door beide partijen opgemaakt worden.
Het luiden der klokken: met reden wordt er naar verbetering van het luiden der klokken gevraagd zoo voor de goddelijke dienst, zeker voor de lijkdiensten, de oplossing zou zijn de electriciteit gebruiken, de voorzitter stelt voor op inlichtingen uit te gaan in de buurt bijv. te Merchtem en elders, en gezien in de parochie hulp zou zijn te vinden bij C. Van Riet is deze aangewezen om naar de mogelijkheid uit te zien; kon er iemand van de plaats zelf de uitvoering van het werk op zich nemen zooveel te beter om altijd voor desvallende breuken, aanstonds hulp bij de hand te hebben, de beraming der kosten zijn moeilijk, toch zou men beneden de tien duizend frank geholpen zijn.
De raad regelt ook de plaatsing van het beeld van het H. Hart aan de grillie van de kerk en geeft aan den voorzitter en heeren van het bureel de zoo noodige toelating om den raad te vertegenwoordigen.
De raad ziet ook den toestand van de gebouwen der pastorij na en gelast buiten de gedane aanwijzigingen den dienstdoenden onderpastoor het noodige te doen om de pastorij in orde te hebben voor de komst van den nieuwen Pastoor-Deken.”